Steven De Jongh
Steven De Jongh
 Nieuws   Archief   Biografie   Palmares   Dagboek   Programma   Foto's   Media   Gastenboek   Links   Colofon 
Pijn van verleden verdwijnt in treintje Boonen
2006-02-25 19:41:15
Bij het verloren NK barstte de bom tussen Steven de Jongh (32) en de ploegleiding van Rabobank. Door zijn overstap naar Quickstep heeft de renner, die vandaag start in Omloop Het Volk, het plezier teruggevonden. ‘Misschien had ik bij Rabobank minder mijn best moeten doen.’

Door Mark Misérus


Iedereen dacht er het zijne van. Geruchten werden opgeblazen tot groteske proporties. Er werd gespeculeerd en geroepen dat het de spreekwoordelijke druppel was. Wie erbij was, stond in elk geval met zijn ogen te knipperen. Dat een renner zo openlijk het hoofd van zijn ploeg op het hakblok durfde te leggen, was zelden vertoond.

Misschien, zegt Steven de Jongh nu, had hij zich niet zo moeten laten gaan. ‘Professioneel was het allemaal niet.’ Maar na de voor Rabobank desastreus verlopen Nederlandse titelstrijd in Rotterdam, kon hij zich niet langer inhouden. De achtbaan van emoties waarin hij werd meegesleurd, werd hem te veel.

In retrospectief spreekt hij nog steeds van een schande. Hoe kon het gebeuren dat de ploeg met ’s lands grootste budget en de sterkste renners op zo’n knullige wijze het NK uit handen had gegeven? Waarom stond de leiding niet een van zijn zestien metgezellen toe hem naar voren te loodsen? Een verklaring heeft De Jongh er niet voor kunnen vinden. ‘Het is mislukt en je kunt er niets meer aan veranderen.’

Terwijl Leon van Bon (Davitamon-Lotto) met de eer streek, werden achter de schermen bij de verliezende ploeg harde noten gekraakt. De Jongh: ‘De bom is toen ontploft. Ik was emotioneel na zo’n koers en reageerde ook zo. Maar dat deden zij – de ploegleiders Breukink en Maassen, red. – ook.’ Zo liet Breukink zich tegenover de pers ontvallen dat het lang niet zeker was dat De Jongh zou hebben gewonnen als hij naar voren was gebracht.

‘Er zijn harde woorden gevallen, maar dat was niet erg. Ik vond dat ik het recht had te zeggen wat ik voelde. Zij hadden liever gezien dat ik het niet naar buiten had gebracht.’ Een ding is zeker, zegt hij met een minzame glimlach. ‘Ze hebben daar wel een Steven de Jongh gezien zoals hij is.’

In de gesprekken die volgden, deden de renner en zijn bazen verwoede pogingen de plooien glad te strijken. Hoewel ‘alles werd uitgepraat’ en hij nadien ‘iedereen recht in de ogen kon kijken’, had De Jongh echter allang besloten dat hij klaar was bij de formatie die hij sinds 2000 had gediend.

‘Het NK was niet de druppel. Ik had in het voorjaar van 2005 mijn beslissing al genomen, maar mocht toen nog niet onderhandelen met andere ploegen. De winter ervoor heb ik al tegen de leiding gezegd: als er niets verandert in de ploeg, vertrek ik. Op dezelfde voet verdergaan was voor mij geen uitdaging meer. Ik zat op een dood spoor, kon me niet meer motiveren.’

De Jongh had het gevoel dat wat hij deed, niet werd gewaardeerd. ‘Juist daarom wilde ik ergens anders kijken. Waardering kan een heel simpel schouderklopje zijn. Dat miste ik soms. Ik had het idee dat wat ik deed voor de ploeg niet meer dan normaal was. Maar als sporter heb je ook bevestiging nodig. En die kreeg ik te weinig.’

Door de sluimerende onvrede groeiden de irritaties. ‘Omdat je alles gaat afwegen, komt elke kleine ergernis onder een vergrootglas te liggen.’ Hij moet lang nadenken over een voorbeeld. ‘Het kan een goed bedoelde opmerking zijn van de ploegleiding, die jij totaal verkeerd opvat, omdat jij er iets negatiefs in ziet.’

Verstoorde verhoudingen. Frustraties. Gebrek aan waardering. De Jongh had er moeite mee dat zijn oude ploeg zelden om de klassementen van de grote ronden kon meedoen. ‘Voor het budget dat Rabo erin stopt, wordt er nog steeds weinig gewonnen. Ze weten dat het niet goed gaat. Het is ook moeilijk met de renners die ze hebben. Ze hebben geen topsprinter die veel wedstrijden wint. Freire (de laatste jaren gekweld door blessures, red.) heeft de meeste wedstrijden gewonnen. Dat is toch raar.’

Het hielp niet dat de meer op de klassiekers gerichte ploegleider Raas het veld ruimde voor Breukink en Maassen, die meer ophebben met het klassement. ‘Ze trokken andere renners aan, zoals tijdrijders. Dat hebben ze goed gedaan, maar ik had het gevoel dat mijn rol daardoor was uitgespeeld.’

Dat Rasmussen zich in de vorige Tour ontpopte tot bergkoning en Mentsjov alsnog de eindzege van de Ronde van Spanje in zijn schoot kreeg geworpen, nadat winnaar Heras werd geschorst, vindt hij leuk voor zijn voormalige werkgever, maar niet meer dan dat. De Jongh heeft er geen speciale gevoelens bij, omdat hij geen rol heeft gehad in het succes.

Of toch wel? Zou het kunnen dat zijn oude ploeg onbewust heeft geprofiteerd van de bom die na het NK ontplofte? De Jongh: ‘Ik denk wel dat ze daardoor scherp stonden voor de Tour, die ze heel goed hebben gereden. Ze zullen er best wat van hebben geleerd.’

Hij spreekt de woorden uit met een lach op zijn gezicht. Somberen weigert De Jongh te doen aan de keukentafel in Essen, net over de grens bij Roosendaal. Door de overstap naar Quickstep heeft hij het plezier teruggevonden.

Bij zijn nieuwe ploeg voelt de Alkmaarder zich wél gewaardeerd. Het klikt met de Nederlanders Knaven, Engels, Tankink en nieuweling Remmert Wielinga (ook ex-Rabo) én met de Belgen. De bruisende sfeer komt mede voort uit het grote aantal onderlinge overlegmomenten.

‘Er wordt meer rondgevraagd over bepaalde dingen in de koers dan bij mijn vorige ploeg. Irritaties worden direct uitgesproken, iedereen mag zijn mening geven. Zo kun je elkaar in de ogen blijven kijken. Bij Rabo had ik het gevoel dat de dingen langer bleven doorsudderen.’

Zijn overstap verandert veel. Mocht De Jongh in het Raboshirt vooral voor eigen kans rijden, bij de vloerengigant wordt hij geacht knechtenwerk te verrichten voor wereldkampioen Tom Boonen, die dit seizoen in de spurt vooral te maken krijgt met Petacchi.

Toch beschouwt de Alkmaarder zijn nieuwe rol niet als een stap terug. ‘Vroeger mocht ik in de Ronde van Qatar en Ruta del Sol voor eigen kans rijden. Nu ben ik vooral helper in het treintje. Maar dat valt me niet zwaar. Omdat je zo dicht bij het vuur zit, voelt het ook als winnen als Tom als eerste over de streep komt. En er komen zat koersen waarin ik voor eigen kans mag rijden, zoals Omloop Het Volk (vandaag) en Kuurne-Brussel-Kuurne (morgen).’

Ja, zegt hij, een topsporter wil altijd winnen. ‘Maar ik ben 32 en heb een gezin. Wielrennen is mijn beroep. Je moet ook iets zoeken waarmee je goed je geld kunt verdienen.’

We moeten het ook niet overdrijven, zegt hij. De Jongh is nooit een veelwinnaar geweest en zal dat niet worden ook. Maar wie weet kan hij à la Servais Knaven toeslaan, op een moment dat niemand het van hem verwacht.

Zijn Gelderse ploegmaat verrichtte lange tijd beulswerk voor Johan Museeuw, maar won drie jaar geleden uit het niets Parijs-Roubaix. ‘Servais heeft toen optimaal geprofiteerd van de rol die hij kreeg. Zoiets kan mij dit seizoen overkomen, maar hem ook. Als je met een kopman als Boonen rijdt, kun je allemaal profiteren.’

Hij kan niets beloven. Maar misschien trekt De Jongh de stoute schoenen aan en grijpt hij zelfs de macht in een klassieker, om zo af te rekenen met het andere imago dat maar aan hem blijft plakken. Dat van de renner die slechts koersen aankan tot 200 kilometer.

Getergd: ‘Ik zie geen belemmering om meer dan 200 kilometer te rijden. Het gaat er ook om hoe je je wedstrijd rijdt. Als je je opoffert voor de kopman, dan ga je niet de volle 250 kilometer mee. Wat dat betreft heb ik me altijd voor de Raboploeg ingezet. Misschien ben ik daardoor wel gestruikeld over de grote afstanden, had ik minder mijn best moeten doen.’

Een andere veelbesproken eigenschap die De Jongh typeert, is zijn vermogen te excelleren onder barre weersomstandigheden. Renners haasten zich soms naar hem toe om in de snijdende koude hun handen aan hem te kunnen warmen.

Het moet iets genetisch zijn, denkt ‘de ijsbeer’, zoals Vlaamse scribenten hem liefkozend noemen. ‘In Alkmaar was het echt niet altijd onder nul. Ik zal het wel van mijn moeder hebben. Die heeft ook nooit koude handen.’

Eén zege schrijft hij in elk geval toe aan zijn warmbloedigheid. De tweede etappe van de Ronde van Nederland draaide in 2002 uit op een massasprint. Maar waar Zabel en Boonen niet voluit durfden te gaan op het natgeregende parkoers, gaf De Jongh vol gas. En hij won. ‘Je weet dat je onder die omstandigheden beter presteert dan menig ander. Het hoeft niet altijd slecht weer te zijn. Maar als het slecht weer is en de koers is in zicht, lach ik van binnen.’

(Bron: www.volkskrant.nl)
Nieuws
> Steven sportdirecteu...
> Statement Steven de ...
> Steven dit jaar niet...
> Steven bijna de best...
> Steven: 'Wedstrijden...
 
Dagboek
> Het zit er op..
> Stijve benen in laat...
> Verwachte massasprin...
 
Programma
 
Foto's
> Supportersavond Seba...
> Veldrit 'Move to Imp...
> Sluitingsprijs Putte...
Steven De Jongh